Pronken met je planten

Van oudsher pronkten de bewoners van het kasteel Rosendael met planten die ze als souvenirs uit verre oorden meebrachten. Het aantal exotische plantensoorten vormde een graadmeter voor het aanzien en het welzijn van de bewoners. Op de oprijlaan van het kasteel staat bijvoorbeeld nog steeds een rij sinaasappelboompjes in bakken. Dat was toentertijd traditie onder bewoners van dit soort kastelen en herenhuizen in West-Europa. Als je de sinaasappels probeert te eten, word je meteen afgestraft door de zure smaak en de droge consistentie. Ze staan er echt alleen maar voor de sier.

Oranjerie

De reizen gingen natuurlijk naar het zuiden. Hoe verder, hoe beter. De bewoners kwamen terug met tropische en subtropische planten die geen vorst verdragen. Daarom overwinteren ze bij kasteel Rosendael in de oranjerie. Dat is een op het zuiden gerichte winterstalling met dikke wanden en grote ramen. We moeten opletten dat de planten het niet te warm en niet te koud hebben. Koude schaadt hen. Als de temperatuur onder de vijf graden duikt, moet de kachel aan. Als het te warm is, lopen de planten juist uit. Daarom gaan in de lente de rolluiken dicht zodat het koel blijft.
Natuurlijk kun je palmen, camellia en citrus-achtigen in een kelder of in het koetshuis zetten. Dat deden we voordat deze oranjerie in ere werd hersteld. Maar de huidige ruimte is beter, want daar is het licht en kunnen de deuren makkelijk worden geopend.

Verhuizen

Het in- en uitrijden van de kuipplanten duurt zo’n twee tot drie dagen. Dat stemmen we altijd lang van te voren af met de horeca-uitbater. Hij richt er tussen mei en oktober een theeschenkerij in. Dan kan hij daar rekening mee houden bij het aannemen van reserveringen.
De planten lijden niet onder de verhuizing. Zodra ze hier binnen komen te staan, worden ze teruggesnoeid en groeien ze niet waardoor ze niet zo gevoelig zijn voor ziektes. Ze krijgen binnen wel een beetje water op z’n tijd, maar dat is niets in vergelijking met de hoeveelheden water die er op een droge zomerdag in de kuipen verdwijnen.

 

Wederopbouw

In 1990 hadden we de financiële middelen om de oranjerie op de fundamenten van de oorspronkelijke oranjerie uit 1837 bouwen. Die was tijdens de Slag om Arnhem in een bouwval veranderd. Alleen de dikke achtermuur verkeert nog in originele staat, de rest staat er pas een kleine dertig jaar. Dit was onderdeel van de restauratie van het gehele landgoed die ondertussen voltooid is.
We hadden toen al een paar sinaasappelboompjes, waarvan de oudste zo’n honderd jaar oud is. De rest hebben we de afgelopen jaren vooral ontvangen van particulieren die niet meer wisten wat ze met hun uit de kluiten gegroeide palm of olijf moesten doen. Misschien hebben we sinds 1990 jaren drie planten gekocht, de rest zijn schenkingen of exemplaren uit mijn eigen kweek. De oranjerie is dus vooral een soort rusthuis voor tropische en subtropische planten.

 

Mijn kindjes


Binnenkort ga ik met pensioen. Als je hier zo lang werkt als ik, leer je alle planten wel kennen. Iedere plant heeft eigen behoeftes en een eigen ritme. Daarom laat ik het water geven alleen aan mijn directe collega’s over. Het liefst doe ik het toch zelf, het zijn toch mijn kindjes. Ze krijgen elke dag een beetje aandacht.
In het voorjaar rijden we ze weer naar buiten op hun vertrouwde plek waar ze binnen de kortste keren uitlopen. Soms ga ik dan op een mooie middag met mijn collega’s voor de oranjerie op het terras van de theeschenkerij zitten. Dan kijken we uit over de tuin waar al die mensen rondwandelen en genieten van de pracht. Stiekem ben ik dan wel een beetje trots op ons werk.

Gerard Achterstraat
Gerard is beheerder en hovenier van park Rosendael, landgoed Biljoen en park Zypendaal.

Alle berichten bekijken