Leven op een kasteel

Geen koelkast, geen toilet, geen glas. Geen verlichting, geen tv, geen mobiel en geen tijdschriften. Zo was het leven op een kasteel in de Middeleeuwen. Kun je het je voorstellen?

Tochtige ramen

Vroeg in de Middeleeuwen waren de kastelen vaak koud en vochtig. Dit kwam doordat er nog geen glas in de ramen zat. Glas bestond wel, maar was hartstikke duur. In plaats van glazen ramen hadden ze tralies en luiken. Gelukkig hadden de meeste kamers een eigen open haard waarbij je jezelf kon opwarmen.

Voedsel uit de kelder

Koelkasten waren er niet. Daarom bewaarden de bewoners het voedsel in de stenen kelders van het kasteel. Daar bleef het niet zo lang goed. Daarom werd het vlees gerookt of flink gezouten en de groente gedroogd of ingelegd. Koeien, schapen en geiten gaven melk. Daar werd room, boter en kaas van gemaakt. Sommige kastelen hadden hun eigen windmolen. Hier werd tarwe, rogge en gerst tot meel vermalen om brood te kunnen bakken. Water om te drinken en te wassen kwam uit putten die meestal binnen het kasteel lagen.

Samen naar de plonsplee

Als je in een kasteel naar de wc moest, ging je naar het ‘gemak’, een ouderwets woord voor wc. Zo’n wc wordt tegenwoordig ook wel een ‘plonsplee’ genoemd: drollen vielen namelijk met een plons in de gracht. Een plonsplee was een soort gat in de muur, met een gat in de vloer dat boven de gracht uitkwam. Wc-papier bestond nog niet: je moest je billen afvegen met mos, stro, veren of oude doeken. De deur op slot doen was er ook niet bij: mensen vonden het heel normaal om in gezelschap hun behoefte te doen.

Duur bad

Een heet bad was alleen voor de allerrijksten. Voordat een edelman in bad ging, moest er heel wat gebeuren: de binnenkant van het bad werd bekleed met linnen en het water moest met hout warm worden gestookt. Om het water een lekker geurtje te geven deed men badolie in het water. De kosten om een bad warm te krijgen bedroegen evenveel als het weeksalaris van een arbeider.

Middeleeuwse games

De kasteelbewoners brachten hun vrije tijd heel anders door dan wij dat nu doen. Overdag hielden ze soms een toernooi, een wedstrijd tussen ridders. De winnaar kreeg een beloning. Ook de valkenjacht was een populair tijdverdrijf. Met een afgerichte valk vingen ze hazen en andere wilde dieren voor het avondeten. Verder waren balspelen als handbal en hockey toen al bekend en rond 1350 werd tennis populair. In de zomer was het lang licht en schaakten, dobbelden of damden de bewoners. Of ze speelden triktrak. Ook werd er veel muziek gemaakt en gedanst. In de winter viel er weinig te doen. Het was buiten vroeg donker en binnen dus ook. Bezoekers uit andere kastelen werden dan ook met open armen ontvangen. Ze brachten wat afwisseling en vertelden verhalen over hun woonplaats en wat ze onderweg hadden meegemaakt. Af en toe kwam er een minstreel op bezoek. Hij vermaakte de kasteelbewoners met verhalen, liedjes, gedichten en goocheltrucs. De minstreel vertelde ook nieuws door. Eigenlijk was hij in zijn eentje een soort internet, maar dan heel traag.

Meer informatie

Wil je nog meer weten over het leven in een echt middeleeuws kasteel? Breng dan een bezoek aan kasteel Doorwerth. Hier kun je o.a. de kelders bekijken waarin het voedsel bewaard werd, je kunt er een ‘gemak’ zien, er is een moestuin met ouderwetse groenten en er is allerlei informatie te vinden over de jacht. En natuurlijk nog veel meer! Naar de website van kasteel Doorwerth.