Zeldzame huisdierrassen in Gelderland
Zeldzame huisdierrassen zijn een belangrijk deel van het Gelderse landschap en horen bij ons levende erfgoed. Al vele generaties dragen deze dieren bij aan het onderhouden van het landschap en het vergroten van de biodiversiteit. Dankzij steun van het Dinamo Fonds kan Geldersch Landschap & Kasteelen zich blijven inzetten voor het behoud van bijzondere rassen, zoals de heidekoe, de Gelderse slenk, de witte pauw en het Veluws heideschaap.
Veluws heideschaap
Het Veluws heideschaap is een oud Nederlands schapenras dat een belangrijke rol speelt bij het beheer van de Veluwse heide. In de negentiende eeuw dreigde het ras uit te sterven, maar vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam er weer aandacht voor deze schapen en werden opnieuw kuddes gevormd. Op de Loenermark grazen van april tot december ruim 275 Veluwse heideschapen, begeleid door bordercollies van de herder en vrijwilligers.
Door begrazing blijft het heidelandschap open en krijgen planten als walstro, buntgras en verschillende bijzondere (korst)mossen de kans om te groeien. Ook voor specifieke dieren is de open heide leefgebied, zoals voor de heivlinder, zandhagedis, adder en de zeldzame lentevuurspin. Het Veluws heideschaap is niet alleen belangrijk voor natuurbeheer, maar vormt ook een onderdeel van het cultureel erfgoed van de Veluwe. Jaarlijks wordt de kudde in juni tijdens het schaapscheerdersfeest geschoren, waarbij kennis en tradities worden doorgegeven.
Witte pauwen
Op landgoed Staverden zijn witte pauwen al sinds de veertiende eeuw een vertrouwd gezicht. Ooit werden ze gehouden in opdracht van de graaf van Gelre, zodat hun veren als versiering op zijn helm konden dienen. Tot op de dag van vandaag leeft deze traditie voort: jaarlijks ontvangt de burgemeester van Ermelo veren, en bij bijzondere gelegenheden krijgt ook de Commissaris van de Koning een selectie. Het ruime en lichte pauwenverblijf op Staverden huisvest ongeveer dertig dieren, die daar beschermd zijn tegen roofdieren zoals vossen, dassen en boommarters.
Heidekoe
De heidekoe is een klein rund dat van oudsher werd gehoed op de arme heidegronden van Oost-Nederland. Heidekoeien zijn kleiner en steviger dan Hollandse melkkoeien, kunnen goed tegen kou en vinden in de winter vaak zelf voedsel. Door deze zelfredzaamheid zijn ze geschikt voor begrazing van natuurgebieden.
Dankzij de samenwerking tussen GLK en Wageningen Universiteit (WUR) graast er weer een kleine kudde heidekoeien op het Wekeromse Zand. Deze herintroductie draagt bij aan natuurbeheer en biodiversiteit in het gebied.
Door begrazing voorkomt de heidekoe dat de heide dichtgroeit met gras, struiken en bomen. Zo blijven heidevelden en open zandvlaktes bestaan. Dit open landschap en de overgang tussen stuifzand en bos bieden bijzondere planten en dieren een leefgebied. Voorbeelden zijn onder andere stuifzandkorrelloof (een zeldzaam korstmos) en buntgras, dat als waardplant dient voor de rups van de beervlinder. Andere bijzondere dieren die hier leven zijn de blauwvleugelsprinkhaan, de lentevuurspin en de sneeuwspringer, een zeldzame soort sprinkhaan.
Gelderse slenk
De Gelderse Slenk is een oud duivenras dat vroeger veel voorkwam in Gelderland. Na de Tweede Wereldoorlog werd het ras als uitgestorven beschouwd. Toch bleken er nog enkele enthousiaste fokkers te zijn, onder wie Johan Ruys, (inmiddels gepensioneerd) medewerker van Geldersch Landschap & Kasteelen. Dankzij deze fokkers is het ras weer in aantal toegenomen. Johan beheert een kolonie op kasteel Doorwerth van 35 duiven en ondersteunt de kolonie op Heerlijkheid Beek van 4 koppels. Op beide locaties helpt hij bij de fok en zorgt hij voor de gezondheid van de duiven. In de monumentale duiventil van Heerlijkheid Beek zijn de faciliteiten recent verbeterd en zijn de duiven gevaccineerd tegen vogelpest. Door deze goede zorg heeft de Gelderse Slenk opnieuw een plek gekregen in het Gelderse landschap.
Brandrode runderen
Het brandrode rund is een oud koeienras dat vroeger veel voorkwam op de schrale zandgronden en in de uiterwaarden van Gelderland. Deze koeien waren populair omdat ze zowel melk als vlees leverden. Hun naam verwijst naar hun donkerrode tot bruinrode vacht. Brandrode runderen zijn middelgroot en stevig gebouwd. Ze kunnen goed omgaan met verschillende weersomstandigheden en passen zich makkelijk aan als het voedselaanbod verandert. Daardoor zijn ze heel geschikt om het hele jaar door in natuurgebieden te grazen.
In de jaren zeventig van de vorige eeuw dreigde het ras te verdwijnen. Fokkers hebben toen bewust geprobeerd het oorspronkelijke type te behouden. Door hun inspanningen werd het ras in 2001 officieel erkend. GLK zet de brandrode runderen nu in om natuurgebieden te laten begrazen, bijvoorbeeld bij kasteel Hernen, Batenburg, op landgoed Mariëndaal en in de Hoenwaard.