Winterse warmte

Een koude wind waait over het land; ijs ligt op de sloten. De dagen zijn kort, de nachten zijn lang. Het is winter. Tegenwoordig is het behaaglijk in ons centraal verwarmde huis, maar dat was vroeger wel anders. Kastelen en landhuizen werden voornamelijk verwarmd door open haarden en later door kachels. Er werd in de koude maanden dan ook vooral geleefd in de vertrekken die verwarmd konden worden.

Ook tegenwoordig zijn we terughoudend met het verwarmen van onze kastelen. Om de collectie zo goed mogelijk voor de toekomst te bewaren, hanteren we in de winter een historische temperatuur van zo’n 7 tot 14 graden. Brrr....

Veilig vuur

In het middeleeuwse kasteel Doorwerth was de zaal een van de belangrijkste vertrekken. Deze werd verwarmd door een grote open haard. In de zaal woonde, sliep en at de kasteelheer samen met zijn huishouding. Rond 1915 werd, na eeuwen van uitbreiding en verwoesting, de zaal ingericht als de vergaderzaal van de Commanderij Nederland der Johanniter Orde.

In de haard kwam een grote, smeedijzeren vuurkorf. Door de onbrandbare korf van metaal, bleef het vuur veilig op z’n plek. De vuurkorf is een van de weinig objecten die op kasteel Doorwerth bewaard zijn gebleven na de brand in 1944.

 

Winterpret voor jong en oud

De winterkou bracht ook een hoop plezier met zich mee. De uitgestrekte vijvers en de heuvels in het park van kasteel Rosendael leenden zich uitstekend voor een middagje winterpret. Er zijn veel foto’s van die winterpret bewaard gebleven. Daarop is te zien dat de kasteeleigenaren de ijspret gunden aan iedereen in de omgeving.

De houten duwslee die op kasteel Rosendael is te zien, zal zeker gebruikt zijn tijdens mooie winterse dagen. De steenrood geschilderde slee is op de zijkanten en voorkant voorzien van wintertaferelen. Deze zijn fraai omlijst door Hindelooper schilderwerk.

 

De luxe van warm, stromend water

Na een wandeling op een koude winterdag opwarmen onder een hete douche. Tegenwoordig is het vanzelfsprekend om altijd warm water in huis te hebben, maar honderd jaar geleden was dat niet zo. Permanent warm water in huis hebben was een luxe.

Huis Verwolde werd bij een verbouwing in 1926 van moderne gemakken voorzien. In een van de dienstvertrekken in het onderhuis werd een verwarmingskelder of calorifière geplaatst. In deze ruimte werd water verwarmd, zodat er altijd warm, stromend water voorhanden was. Waarschijnlijk was er in de wijde omgeving nauwelijks een huis dat daarover beschikte.

 

Met z’n allen rond het fornuis

De keuken van een kasteel bevindt zich doorgaans in de kelder van het gebouw. Je denkt bij een kelder al snel aan een koude, vochtige ruimte, maar door de warmte die het fornuis gaf was de keuken een geliefde ruimte waar het personeel veel (vrije) tijd doorbracht.

Op het fornuis de maaltijden voor de bewoners, gasten en het inwonend personeel bereid. Het vuur werd vaak de hele dag brandend gehouden, van vroeg tot laat. Het duurde lang voordat een fornuis van deze omvang op temperatuur gekomen was.

Dit fornuis staat sinds de openstelling van het kasteel op Cannenburch, maar komt er niet vandaan. Het komt van oorsprong uit een weeshuis in Zwolle, waar het in de 19de eeuw in gebruik was.

Roeren door hete kolen en zand

Eind 19de eeuw was kasteel Ammersoyen in gebruik als Clarissenklooster. In die tijd branden er slechts in drie vertrekken kachels: in de keuken, de ziekenzaal en in de kamer waar de nieuw aan te stellen kloosterlingen woonden. In de andere vertrekken gebruikten de zusters vuurpotten als enige bron van verwarming. De bronzen vuurpot of vuurketel werd gevuld met hete kolen en zand waarna alles met een spateltje door elkaar werd geroerd.

Lezen bij ‘Engels’ vuur

De bibliotheek van kasteel Rosendael werd in de koude wintermaanden verwarmd door een kachel van Engelse makelij. Op de voorzijde van deze 19de-eeuwse kachel staat het opschrift 'Coalbrookdale Company Shropshire’. Het ijzer dat voor deze kachel gebruikt is, was van superieure kwaliteit. Het gaf dan ook aanzien om zo’n kachel te bezitten.

De kachel behoort tot de oorspronkelijke inrichting van de bibliotheek. Na het overlijden van de laatste particuliere eigenaar bleef het samen met onder meer het restant van de kasteelbibliotheek achter op het kasteel.

 

Warme kindervoetjes

De kleintjes die in deze houten kinderstoel werden gezet, hadden al snel lekker warme voetjes. Onder de spijlen, bij de voeten is namelijk een kastje met gaatjes gemonteerd. Hierin kan een testje (een klein bakje voor smeulende kooltjes) gezet worden, zodat de voeten van het kindje verwarmd worden. Op het getekende portret staat een jongen afgebeeld. Jongetjes werden op vroege leeftijd vaak in jurken gekleed.

Op huis Zypendaal staat zo’n houten kinderstoel. Ook de inboedel van de familie De Woelmont die tussen 1824 en 1856 eigenaar was van kasteel Ammersoyen bevat zo’n kinderstoel. Dergelijke stoelen werden in serie gemaakt; er zijn er nog veel bewaard gebleven.

Bijzondere haardplaat

De oudste haarden van onze kastelen zijn te vinden op kasteel Hernen. Daar is een stenen schouw bewaard gebleven met fraai gotisch snijwerk. Ook is er een bijzondere haardplaat bewaard. Deze is volgens overlevering afkomstig van kasteel Overhagen. Dit kasteel dat vlakbij kasteel Biljoen lag, werd onlangs teruggevonden bij archeologisch onderzoek.