Van bierpul tot brouwoven

Bier is al duizenden jaren oud. We weten dat het brouwen en drinken van dit gouden goedje in de middeleeuwen inmiddels gemeengoed was. Jong en oud dronken toen volop bier, naar verluid wel zo’n 300 liter per persoon per jaar. Die grote bierconsumptie blijkt ook uit diverse grachtvondsten bij kastelen, waarvan Ammersoyen de grootste collectie heeft. Een overvloed aan kannen en drinkpullen is hier uit de blubber omhoog gehaald. Enkele kastelen hadden zelfs een eigen brouwerij, zoals Hernen, Waardenburg en Ammersoyen.

Gagel en hop

Graan, water en wat kruiden voor de smaak en de houdbaarheid: dat is alles wat nodig is voor het maken van bier. Tot in de 14de eeuw werd ‘gruyt’ hiervoor gebruikt als smaakmaker. Dit is een mengsel van gagel, hars en andere kruiden. Gagel heeft een sterke, kruidige geur en komt nu in het wild vooral voor op natte heideterreinen en langs vennen. Onder andere op landgoed Staverden, landgoed Schaffelaar en in de regio Winterswijk kun je de struik aantreffen. Na de 14de eeuw verdrong hop het gebruik van gagel in het bierbrouwproces. Hop geeft bier de herkenbare bittere smaak, maar had bovendien als voordeel dat de drank langer houdbaar bleef.

 

Bier in beeld

Bier drinken was natuurlijk niet voorbehouden aan kasteelbewoners. Ook de ‘gewone man’ dronk volop bier, zoals te zien op deze prent van een herberg. Gemiddeld dronken mannen, vrouwen en zelfs kinderen in de middeleeuwen wel 300 liter bier per jaar. Het was een veiliger alternatief voor water, dat toen uit sloten en grachten werd gehaald en veel schadelijke bacteriën bevatte. Het alcoholpercentage van het meeste bier lag toen overigens veel lager dan nu, vooral het zogenaamde ‘dun bier’ dat door kinderen en armen werd gedronken.

Deze prent is gebaseerd op het schilderij De Vioolspeler van Adriaen van Ostade uit 1673, en toont een gemoedelijk en vrolijk boerentafereel bij een herberg. Iedereen vermaakt zich bij de muziek van de vioolspeler en de jongen met draailier. In het midden is een man met een bierpul te zien. Dat het om een herberg gaat, verraadt de kan aan een haak naast de deur.

 

 

Brouwoven op Ammersoyen

Sommige kastelen hadden vroeger zelfs een eigen brouwerij, zoals Hernen, Waardenburg en Ammersoyen. Zo kwam tijdens de restauratie van kasteel Ammersoyen (1959-1975) het restant van een middeleeuwse brouwoven aan het licht. Deze zit nu verstopt onder de keldervloer, maar GLK wil de oude brouwoven de komende tijd weer zichtbaar maken. Het is tot nu toe het vroegst bewaard gebleven voorbeeld van een dergelijke oven in een Nederlands kasteel. De moeite waard om te tonen dus! De brouwoven bestaat uit een stookplaats met een ringvormig muurtje waarop de koperen brouwketel kon staan. Behalve een brouwerij beschikte kasteel Ammersoyen ook over een bottelarij en over een mouterij voor het mouten van het graan.

 

Voorraadkelder

Voor het bewaren van bier werden houten tonnen gebruikt. Die werden opgeslagen in de koele voorraadkelders van de kastelen, vaak op speciale bierstellingen. Het bier dat met hop was gebrouwen, bleef zo ongeveer twee maanden houdbaar. Uit bewaard gebleven documenten over de inventaris van kasteel Doorwerth weten we dat ook daar bierstellingen in de kelder stonden. Deze zijn nu in gereconstrueerde vorm te zien, waarvoor de inrichting van twee historische poppenhuizen tot voorbeeld diende.

 

 

Jacobakannen

In de late middeleeuwen (1350-1450) werden volop schenk- en drinkkannetjes gebruikt die bekend staan als ‘Jacobakannen’, genoemd naar de gravin van Holland, Jacoba van Beieren. De slanke steengoed kan kreeg die naam nadat ze tijdens opgravingen in de 17de eeuw massaal waren gevonden in de slotgracht van kasteel Teylingen. Uit 1732 stamt het verhaal dat Jacoba van Beieren hier gevangen zat, ging pottenbakken om de tijd te verdrijven en de kannetjes vervolgens de gracht in wierp. Ook bij andere kastelen en in steden zijn tal van de zogeheten Jabobakannen gevonden, onder meer in de gracht van de kastelen Ammersoyen en Rosendael. Wie weet heeft hertogin Maria van Gelre een van deze kannetjes nog wel aan haar lippen gezet…

 

Bierwafels

Iedereen heeft zijn tanden wel eens gezet in een Luikse of Brusselse wafel. Maar wist je dat die lekkernij uit de Lage Landen ook wel met bier wordt gemaakt en dat dit zelfs al in de middeleeuwen gebeurde? Kookhistorica Manon Henzen (eetverleden.nl) – die in samenwerking met GLK ook het boek Lekker Gelderland schreef – ontdekte een bierwafel-recept van rond 1600, afkomstig uit een handgeschreven receptenverzameling uit de universiteitsbibliotheek in Gent. Voor het lekkerste resultaat gebruik je naast wat lauwwarm bier ook verse biergist.
Wil je zelf bierwafels bakken? 

Download het bierwafelrecept

 

Snelle

Bij speciale gelegenheden en voor hoge gasten werd in de 16de eeuw bier geschonken in een rijk gedecoreerde zogeheten snelle. Dit soort hoge steengoed drinkkannen werden aan de bovenkant afgesloten met een tinnen of zilveren deksel en zijn vaak versierd met Bijbelse voorstellingen. Zo toont het overblijfsel van de kan op de foto de onthoofding van Johannes de Doper. Dit fragment van een snelle is gevonden tijdens het uitgraven van de gracht van kasteel Ammersoyen, net als vele Jacobakannen, enkele andere snelles en een schat aan andere gebruiksvoorwerpen.

 

 

De bierkelder van de Clarissen bevond zich in de rechtertoren naast de ingang (vooraan in beeld)

Clarissenbier

Bierbrouwen wordt misschien niet snel als een vrouwenklus gezien, maar was dat lange tijd wel. In de middeleeuwen ontstond de commerciële bierbrouwerij en ook daarin bleven vrouwen actief. Maar nonnen die hun eigen bier brouwen? Ook dat kwam voor – en nu overigens op sommige plekken nog steeds. Op kasteel Ammersoyen brouwden de zusters Clarissen hun bier voor eigen gebruik. Zij hadden eind 19de eeuw hun intrek in het kasteel genomen en richtten in de kelder van de dikste toren hun bierkelder in. De zusters brouwden er zogeheten ‘dun bier’, geheel in lijn met de zelfverkozen armoede en soberheid volgens de leefregels van de heilige Clara en de heilige Franciscus uit de 13de eeuw.

 

Tapkraan

Om het bier uit de houten tonnen te kunnen overhevelen in een kan, werd een gat in de ton gemaakt. Daarin werd een buisvormige tap geslagen. Deze hadden een taps toelopende vorm, zodat ze in het hout vastgeklemd bleven zitten. Haaks op deze buis zat een opening waarin een tapkraantje werd gedraaid, dat door 90 graden naar links of rechts te draaien kon worden geopend en gesloten: ook nu nog altijd het eenvoudige principe van een tapkraan. De 18de-eeuwse messing tap op de foto is gevonden in de gracht van kasteel Ammersoyen. Hierbij ontbreekt echter het kraantje.

 

Middeleeuws bierliefhebbers gezocht

Een authentieke middeleeuwse brouwoven ligt onder de vloer van kasteel Ammersoyen verborgen. Het gaat hier om de enige middeleeuwse brouwoven binnen de muren van een kasteel in Nederland. Een unieke situatie en een waardevolle kans om de presentatie van kasteel Ammersoyen te verrijken. Hiervoor is een investering van € 120.000 nodig.

Helpt u ons mee dit te realiseren?

Naar de actie