Klooster Hulsbergen

Heuvelachtig bosgebied dat overgaat in de IJsseluiterwaarden met graslanden en kolken. Bij hoogwater lopen ook de lagere delen van het bos onder.

Locatie

Kloosterweg 15
8191 JA Wapenveld

Regio Veluwe - Gemeente Heerde
Verworven 1936 - Oppervlakte 49 ha

Voorzieningen

'In het spoor van de fraters'

Klompenpad

Over Klooster Hulbergen loopt klompenpad het Paddenpad.

Dieren

Watervogels, zoals fuut, en weidevogels, als grutto, tureluur en wulp, broeden hier. In het bos leven onder meer zwarte, groene, grote bonte en kleine bonte specht.

Van december tot en met maart vinden we in de graslandgebieden veel overwinterende vogels, zoals kolgans, kleine zwaan, grote zaagbek, nonnetje en brilduiker. Ook de kerkuil en de steenuil komen in het gebied voor.

Het bos en directe omgeving is het leefgebied van vleermuizen, waaronder meervleermuis en watervleermuis, die boven water jagen.
In de weilanden liggen enkele visrijke kolken, waarvan de Zwarte Kolk de grootste is. Hierin komt onder andere de zeldzame kleine modderkruiper voor. De kolken zijn ook voor kikkers en padden en voor de vroege glazenmaker (een zeldzame libelle) van belang.

Flora

De kruidenflora in het bos bestaat uit adelaarsvaren, valse salie, bleke zegge, nagelkruid, lelietje-van-dalen, salomonszegel, hondsdraf, speenkruid en bosaardbei. In deze graslanden komen ook waterkruiskruid en dotterbloem voor. Zwanebloem komt voor in de moerasstroken rond de kolken. Op een sluismuurtje groeien vele muurplanten, waaronder muurvaren en steenbreekvaren.

Beheer

Het westelijke, hoger gelegen deel van het terrein beheren we met als doelstelling cultuurhistorie. Het is een bebost, heuvelachtig terrein met loofbomen en archeologische resten. Het oostelijke deel, dat overgaat in de uiterwaarden van de IJssel, wordt landbouwkundig beheerd als grasland.

Bijzondere waarden
De lager gelegen delen vormen een fraaie uiterwaard met een oeverwal, zeldzaam voorkomende rivierduinen, dekzandruggen en kolken. Hogerop ligt bos dat vooral uit eik, beuk en grove den bestaat; de bomen zijn ongeveer honderd jaar oud. Ook is er een aantal percelen meer-eisend naaldhout (douglas en Japanse lariks) daterend uit het begin van de vorige eeuw.
De graslanden worden vooral gekenmerkt door vegetaties die worden gerekend tot de natte voedselrijke graslanden, waaronder die met scherpe zegge en met geknikte vossenstaart.
Van de hier voorkomende dieren zijn de meervleermuis, bever, poelkikker, kleine modderkruiper, rivierdonderpad en rivierrombout van internationaal belang.
Cultuurhistorisch is het hoger gelegen gebied rondom het voormalig klooster interessant. Een tweede archeologisch belangrijke locatie ligt in het oostelijk deel van het terrein, namelijk een landduin uit het pleistoceen; het gaat hier vermoedelijk om een bronstijd- of ijzertijdvindplaats.

Beheer
In het hoger gelegen gedeelte houden we bij het bosbeheer rekening met de cultuurhistorische waarden. De noordse esdoorn is ecologisch gezien een exoot, maar kan hier ook onderdeel zijn van de cultuurhistorie. We gaan uitzoeken of het verwijderen van deze soort de cultuurhistorische waarden aantast. Het lager gelegen gedeelte wordt landbouwkundig beheerd als grasland.

Berghuizen
Iets ten noorden van Klooster Hulsbergen ligt een onlangs verworven terrein: Berghuizen. Dit bos met grasland is aangekocht om de verbinding vanaf de stuwwal naar de IJssel mogelijk te maken, voor onder andere het edelhert. Berghuizen vergt nog geen actief beheer. Dit verandert als in de omgeving de voorwaarden zijn gerealiseerd voor de ecologische verbinding tussen de Veluwe en de IJssel. Berghuizen is namelijk een cruciaal onderdeel in die verbinding.


Meer lezen? Klik hier om de volledige beheervisie te lezen. Deze gaat niet alleen over Klooster Hulsbergen, maar beschrijft de visie voor het terreincluster Hattemerpoort (Algemene Veen, Berghuizen, Hoenwaard, IJsselstein, Klooster Hulsbergen, Petrea, Vuursteenberg, Wiessenbergse Kolk).

Geschiedenis

Hulsbergen wordt voor het eerst vermeld in 1370. Daarna stond er een klooster, wat de naam verklaart. Kort na de Beeldenstorm hield het fraterhuis op te bestaan en werden bossen, dijken en gebouwen van Hulsbergen door hervormingsgezinden verwoest.

Het bezit van het Klooster Hulsbergen kwam uiteindelijk onder beheer van de Gelderse Rekenkamer. Zij verkochten de gronden geleidelijk aan vanaf 1735. Na de Franse tijd kwamen de percelen bij het oude fraterhuis in het bezit van de familie Daendels. Deze bracht ze in 1932 in publieke veiling.

Helaas had Geldersch Landschap niet voldoende middelen voor aankoop en het bos viel uiteen in tal van percelen, bedoeld voor villabouw. Vanaf 1936 kon, mede dankzij financiële steun en legaten van de dames E.J. Prins-Bok en H.M.J.Bok, alsnog een deel van het gebied worden verworven.