Bosbeheer

Waarom kapt GLK bomen in haar bossen?

Bomenkap staat volop in de belangstelling
Vanuit de samenleving komen kritische vragen over waarom er bomen worden gekapt, terwijl deze bossen juist een bijdrage leveren aan vele functies. Het roept emoties op die we ook begrijpen. We proberen met elkaar in gesprek te zijn om een bosbeheer uit te voeren dat recht doet aan de vele functies van het bos. De recente discussie met betrekking tot het teruglopen van het areaal bos in Nederland gaat vooral over de Natura2000-doelen, waarbij biodiversiteit centraal staat en bos gekapt wordt voor andere natuur. Deze situatie hebben wij bij GLK zeer beperkt. En waar dit gebeurt, bijvoorbeeld Het Wekeromse Zand, kiezen wij er zelf voor om het verloren bos te compenseren.

Bosfuncties door de tijd

Bossen vervullen tegelijkertijd verschillende functies: vastlegging van stuifzanden en duinen, houtproductie, recreatie, schoon water en lucht, natuur en koolstofvastlegging. De waardering van de functies varieert in de tijd. Het huidige bos in Nederland is bijna volledig tot stand gekomen door aanplant in het verleden. Door het bos te beheren als onderdeel van een landgoed of als zelfstandig bos, is de huidige diversiteit ontstaan die inmiddels hoog gewaardeerd wordt.
Naast de veranderende waardering van bosfuncties in de loop van de tijd is er ook sprake van fases in de bosontwikkeling zelf, waardoor de invulling van bepaalde functies in het bos door de tijd heen kunnen varieren. Dit wordt hieronder geïllustreerd aan de hand van de koolstofvastlegging in bossen.

In bossen wordt CO2 vastgelegd door de groei van bomen. Ook het aanwezige organisch materiaal in de bodem legt CO2 vast. Bomen stoten weliswaar ook CO2 uit, maar bij jonge bomen is de opname hoger en is er dus sprake van een netto vastlegging van CO2. Naarmate een bos ouder wordt, neemt de totale hoeveelheid CO2 die is vastgelegd in het bos nog steeds toe, maar de snelheid waarmee dit gebeurt neemt steeds verder af. Uiteindelijk ontstaat er een evenwicht tussen de hoeveelheid CO2 die wordt opgenomen uit de lucht en de hoeveelheid CO2 die weer vrijkomt. Bij houtoogst komt een gedeelte van de CO2 vrij, doordat de bodem omgewoeld wordt. Dit wordt versterkt als de bodem specifiek bewerkt wordt om een gunstig zaaibed te creëren voor nieuwe jonge boompjes. Dit soort bewerkingen worden daarom alleen toegepast als het echt niet anders kan. Een groot deel van de vastgelegde CO2 uit het bos, blijft echter vastgelegd, namelijk in het hout dat uit het bos geoogst wordt. Wanneer dit hout een duurzame toepassing krijgt (bijvoorbeeld in dragende constructies in gebouwen),dan blijft de CO2-vastlegging voor langere tijd behouden. Als er vervolgens op de plek van het geoogste bos een nieuw bos terug groeit (en dat is het uitgangspunt voor GLK), dan groeit opnieuw de hoeveelheid vastgelegde CO2.

Doelen voor het bos

Niet alles kan overal. Door bossen te beheren, probeert GLK in haar bosgebieden zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de huidige en toekomstige maatschappelijke vraag naar bepaalde functies. Daarvoor legt GLK op verschillende plekken andere accenten in het beheer van de bossen. Per terrein of cluster van terreinen wordt dit vastgelegd in zogenaamde beheervisies. Deze staan op onze website. Veel van de bossen maken vaak onderdeel uit van een landgoed. Op landgoederen is bosbeheer van oudsher één van de belangrijkste activiteiten. De oogst van kwaliteitshout was daarbij een belangrijke bron van inkomsten waar zorgvuldig mee werd omgesprongen om de toekomst van het gehele landgoed zeker te stellen.

GLK onderscheidt bossen met een meervoudige functie en (strikte) bosreservaten:

  • In de bosreservaten krijgen natuurlijke processen volop de ruimte. Er wordt dus niet actief beheerd. De soortensamenstelling en de opbouw van het bos kunnen zich ongestoord ontwikkelen. De reservaten hebben niet alleen een hoge natuurwaarde, maar zijn ook van betekenis voor wetenschappelijk onderzoek.
  • In de bossen die geen reservaat zijn wordt door actief beheer ervoor gezorgd dat de doelen uit de beheervisies worden gerealiseerd. Dat kan betekenen dat extra aandacht wordt gegeven aan bepaalde natuur- of cultuurhistorische waarden. GLK streeft naar bossen die aantrekkelijk zijn, met veel verschillende boomsoorten, daaronder een goed ontwikkelde kruid- en struiklaag en volop afwisseling in verschillende fases van bosontwikkeling. Van jong bos waar de bomen dicht op elkaar staan tot oud bos met veel open plekken en licht. Deze bossen zijn weerbaarder tegen invloeden als storm, droogte en klimaatverandering.

Bomen kappen om de doelen te bereiken

De belangrijkste maatregel in bos is het selectief kappen van bomen. Met de kap van bomen kan gericht gestuurd worden op een aantal factoren (soort 'regelknoppen') die van belang zijn om de doelstellingen voor dat bos te realiseren.

Mooie beukenlaan.
  • Menging

GLK stuurt op een gewenste menging van boomsoorten. Gemengde bossen zijn stabieler, hebben meer biodiversiteit en zijn beter voor de mineralenkringloop in de bodem. Bomen groeien met verschillende snelheid en onder verschillende omstandigheden (licht, voedsel en water). Van nature overwint de soort die het best aan de groeiplaats is aangepast of in het begin het meeste voordeel heeft gehad. Via selectieve kap kan in de menging worden gestuurd.

  • Sterke, vitale of markante bomen

GLK stuurt op het hebben van sterke en vitale bomen. Als de kroon van een boom meer ruimte krijgt, kan deze meer groen ontwikkelen en is stabieler en vitaler. Soms staan er markante, meestal oude bomen, die vrijgesteld moeten worden.

Jong bos, ontstaan door stimuleren verjonging.
  • Ondergroei / flora / fauna

GLK stuurt op een gewenste ondergroei en op de ontwikkeling van specifieke flora en fauna. In een dicht bos is nauwelijks een struiklaag en kunnen planten niet gedijen door te weinig licht. Een struiklaag is belangrijk voor vogels, insecten, dekking voor dieren, maar ook de bodemontwikkeling.

  • Verjonging

Daar waar het bos mogelijkheden geeft voor (natuurlijke) verjonging en dit vanuit de doelstellingen ook gewenst is, kunnen door het selectief verwijderen van bomen de omstandigheden (met name licht) voor verjonging door gewenste boomsoorten gestimuleerd worden. Bij voorkeur gebeurt dit via natuurlijke verjonging, maar waar nodig kan dit ook door aanplant gebeuren. Mede als gevolg van de klimaatveranderingen wil GLK dit kleinschalig doen (1-2x de boomhoogte) en als het niet anders kan, bijvoorbeeld door het grootschalig afsterven van bos max. 1 ha. Dan blijft zoveel mogelijk van het bosklimaat behouden.

Slechte bomen zijn een risico.
  • Veiligheid

GLK kapt ook bomen uit veiligheidsoverwegingen langs wegen en paden (de zogenaamde zorgplicht). Die zorgplicht betekent dat GLK op plekken waar bomen een gevaar kunnen vormen voor de gebruikers van het bos, tijdig moet ingrijpen als bomen aftakelen. Dit kan er zelfs toe leiden dat lanen soms in hun geheel moeten worden vervangen, omwille van de veiligheid. Echter, daarna worden nieuwe bomen geplant of laat GLK door natuurlijke verjonging het bos verjongen.

  • Houtkwaliteit

We gebruiken in Nederland met elkaar ruim 16 miljoen m3 hout per jaar. GLK wil niet dat al dit hout uit andere delen van Europa of de wereld wordt aangevoerd, terwijl er ook in Nederlandse bossen op een duurzame manier hout geoogst kan worden. Bij GLK wordt ca. 35.000 m3 hout geoogst. Hiervan wordt ca. 31.000 m3 besteed aan kist, - papier- en constructiehout. Ca. 4.000 m3 is brandhout. GLK heeft geen contract met betrekking tot afname door biomassacentrales.

Gebleste dennen.
Toekomstboom gemarkeerd met een blauwe stip.

Uitvoering bomenkap

Voorafgaand aan de bomenkap selecteren onze medewerkers op basis van de doelstellingen de bomen die eruit gaan zorgvuldig. Dit selectieproces noemen we blessen. De bomen die weggaan worden oranje gemarkeerd. De bomen die voor de lange termijn behouden moeten blijven, noemen we toekomstbomen. Deze zijn te herkennen aan een blauwe markering. Tak- en tophout blijft in het bos achter. Alleen daar waar dat vanuit de doelstellingen nodig is, zoals op de parken en landgoederen rondom onze kastelen, wordt dit opgeruimd. We oogsten ongeveer één maal in de vijf tot tien jaar per bosgebied, dit om de verstoring voor mens, plant en dier zo gering mogelijk te laten zijn en efficiënt te werken. De grotere bosgebieden zijn opgedeeld in zogenaamde dunningsblokken. Het kan lijken alsof er in zo’n gebied vaker bomen worden weggehaald omdat er jaarlijks boomstammen liggen om opgehaald te worden. Dat zijn echter elke keer de stammen uit andere dunningsblokken.

Daarnaast kan het voorkomen dat als gevolg van weersomstandigheden (storm, bliksem, ijzel, etc.) of een aantasting door ziekten of plagen tussentijds bomen moeten worden verwijderd uit het bos.

Monitoren

We volgen de ontwikkelingen van ons bos op de voet. Zo voeren we inventarisaties uit naar vogels waaruit blijkt dat de bosvogels het goed doen. We houden de ontwikkelingen bij ten aanzien van ons bos met betrekking tot boomsoorten, verjonging, dood hout, voorraad en bijgroei. Voorafgaand aan werkzaamheden wordt een flora/fauna-check gehouden, waarbij wij ons houden aan de Gedragscode Bosbeheer.
Tijdens het broedseizoen voeren we geen boswerkzaamheden uit (tenzij er sprake is van een calamiteit).
Tenslotte zijn onze bossen en ons bosbeheer gecertificeerd door de Forest Stewardship Council (FSC-keurmerk).

Extra informatie

Lees meer over ons bosbeheer in de Nota Bosbeleid.

In de blog Het hout nooit op leest u over de bestemmingen van het geoogste hout.