Smallertse Beek en Nijmolense Beek

Natuurontwikkelingsgronden in het buitengebied van Emst. Een afwisselend agrarisch landschap met veel ruige oevers tussen twee beken.

Locatie

Vaassensebinnenweg
Emst, Vaassen

Regio Veluwe - Gemeente Epe
Verworven 1992 - Oppervlakte 106 ha

Voorzieningen

Eropuit

Het buitengebied van Emst is mooi wandel- en fietsgebied. Vanaf wegen en paden is er goed zicht op de natuurontwikkelingsgronden langs de beken. Het gaat om voormalige akker- en weidegrond die wordt ontwikkeld tot nieuwe natuur. Het gebied is rijk aan insecten en er komen veel vogelsoorten voor.

Klompenpad

Bij Smallertse Beek loopt klompenpad het Schaverensepad.

Opgeleide beek

De Nijmolense Beek is een ‘opgeleide beek’. Vanaf de sprengkop waar de beek ontspringt wordt de bedding kunstmatig hoog gehouden. Zo kan er verderop in het beekdal een waterval worden gemaakt. Dit hoogteverschil is in historische tijden aangelegd om het rad van een watermolen aan te drijven. De molen is inmiddels verdwenen, maar de beek stroomt nog steeds in zijn verhoogde bedding.

Natuurlijke bedding

De Smallertse Beek ligt meer naar het noorden. Deze beek stroomt voor het grootste gedeelte in zijn natuurlijke bedding. Beide beken wateren af op de weteringen in het IJsseldal.

Planten en dieren

Meer variatie in het gebied betekent meer planten- en diersoorten. Dat is nu al goed te zien. In het gebied komen brede orchis voor en verschillende soorten zegge. In de beken leven vissoorten die van stromend water houden.

Vissoorten zoals bermpje, beekprik en riviergrondel. Ook de ijsvogel komt in het gebied voor. De graslanden worden bezocht door de das, op jacht naar regenwormen. Ook de patrijs wordt in het gebied gezien.

Natuurontwikkeling en beheer

De gronden worden niet bemest en maaigoed wordt afgevoerd. De beken krijgen meer natuurlijke oevers en er wordt bos aangeplant.

Het stoppen met bemesting en het afvoeren van maaigoed zorgt dat het grasland in het gebied langzaam verschraald. De bijzondere plant- en diersoorten die vroeger op voedselarme bodem voorkwamen krijgen zo weer een kans. Door deze manier van beheren wordt het gebied rijker aan plantensoorten.

Dotterbloemhooiland
Natuurontwikkeling is een zaak van lange adem. Door middel van samenhangende projecten wordt gewerkt aan het natuurlijker maken van het gebied. Het doel is minder fosfaat in de bodem en minder begroeiing met pitrus. Uiteindelijk wordt het gebied een ‘dotterbloemhooiland’. Dat is een bloemrijk grasland.

Nieuw bos
Op verschillende plekken in het gebied wordt bos aangeplant. In de bosrand komt struikgewas. Vogels, vlinders en andere dieren kunnen hierin leven. Langs de beek komen rijen met elzen.