Scholtegoed Meerdink en Lammers

Oude boerenlandgoederen in het buitengebied van Winterswijk. Een prachtig coulisselandschap langs de Dambeek en de Stortelersbeek met oud eikenbos, akkers, weilanden en houtwallen. Het is ideaal fiets- en wandelgebied.

Locatie

Meerdinkweg
7108 BJ Woold

Regio Achterhoek - Gemeente Winterswijk
Verworven 1965 - Oppervlakte 65 ha

Voorzieningen

Scholtegoed en heide

Meerdink bestaat uit een oude scholteboerderij omringd door akkers en weilanden. Met 160 tot 180 jaar oud eikenbos, houtsingels en hakhoutwallen. Het bos- en heidegebiedje Lammers wordt doorsneden door de oude spoorbaan tussen Winterswijk en Bocholt (Duitsland). Beide liggen langs de Dambeek. De boerenlandgoederen zijn vrij toegankelijk. In het gebied lopen een aantal fiets- en wandelroutes.

Klompenpad

Over Meerdink loopt klompenpad het Achterwooldsepad.

Planten

In het gebied groeit veel oud en goed ontwikkeld bos met interessante plantensoorten. Ook in de natte gebieden, bij de vennetjes en langs de beken, komen bijzondere soorten voor.

Opvallend in het bos is de rijke natuurlijke groei van hulst en adelaarsvaren, beide kenmerkend voor oud bos. Langs de Dambeek is het bos in het voorjaar hier en daar wit van de bosanemoon en bosklaverzuring. In het bos op Lammers ligt een heidevennetje waar klokjesgentiaan, kleine zonnedauw, moeraswolfsklauw en de zeldzame rijsbes groeit. Langs de beek komt ook de zeldzame beukvaren voor. Tussen ven en bos staat veel vuilboom. Die is voor veel vlindersoorten belangrijk.

Dieren

Het afwisselende landschap vormt een goed leefgebied voor marterachtigen. Steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel behoren tot de vaste bewoners. In totaal zijn in dit gebied ruim 50 soorten broedvogels geteld.

In de houtwallen laat de nachtegaal zich regelmatig horen en langs de Dambeek broeden soms grote gele kwikstaart en ijsvogel. De geelgors en de boomleeuwerik zijn vaste broedvogels op het heideveldje.
Op Lammers liggen veel rode bosmierenhopen, in de streek 'sproakhampen' genoemd. Op de overgang van bos naar water zie je in het voorjaar ook groentjes, een kleine pagevlinder.

Beheer

Op Meerdink houden we het karakter van een oud scholtegoed zo veel mogelijk in stand. Met name de eikenbossen, die cultuurhistorisch en bosbouwkundig van belang zijn, krijgen speciale aandacht. Op Lammers, een restant heide met bos dat is overgebleven na de ontginning van het gebied, ligt het accent op natuurbehoud.

Bijzondere waarden
Meerdink was een van de oudste en belangrijkste scholtegoederen in Winterswijk. Het is een compleet historisch geheel (hoewel niet meer van één eigenaar) en daardoor cultuurhistorisch interessant. De eikenbossen, destijds aangelegd om te voorzien in de houtbehoefte op het scholtegoed zelf, hebben behalve bosbouwkundige waarde, ook hoge natuur- en cultuurhistorische waarden.
Op Lammers zien we een internationaal belangrijke vegetatie, namelijk de droge tot natte heiden (met vennen). Op verschillende plekken komt keileem dicht aan de oppervlakte, wat zeldzaam is in ons land. Op beide terreinen leven bijzondere flora- en faunasoorten, waaronder de grote bosmuis, heidesabelsprinkhaan, hazelworm en levendbarende hagedis (alle drie op de heide van Lammers) en bijzondere libellen.
Het scholtegoederenlandschap rondom Winterwijk wordt gezien als een landschapsparel. Het heeft belangrijke recreatieve waarden.

Beheer in een notendop
Het beheer van het scholtegoed Meerdink is gericht op behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden van het kleinschalige agrarische landschap, waarbij de situatie van rond 1850-1900 richtinggevend is. Zo moeten bij een eventuele verbouwing van een huis of gebouw de typische Winterswijkse karakteristieken behouden blijven. Ook proberen we de landbouw – eeuwenlang de belangrijkste bedrijfstak op een scholtegoed – voort te zetten in een moderne variant.
Voor Lammers is het beheer gericht op behoud en versterking van de natuurwaarden van het voormalige heidelandschap, met een grootschaliger, rechte verkaveling met bossen, graslanden en heidegebiedjes. Er bestaat de wens om het centrale heideterrein te vergroten, met behoud van de belangrijke autochtone boomsoorten die zich in het gebied bevinden.

Bossen en heiden
Het beheer van de bossen is gericht op het ouder laten worden van de bossen. Hierbij streven we naar gemengde bossen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bossen in het scholtegoederenlandschap en de bossen in het heideontginningslandschap. Die laatste zijn meer gericht op natuurlijkheid, diversiteit en een rijke structuur. Het houtproductiesysteem van de scholtegoederen kent soms ook monoculturen. Bij aanplant werken we vooral met soorten die vanuit de historie worden aangereikt. Ook willen we brede zomen en mantels ontwikkelen, onder meer met wilde peer, zoete kers en appel.
Het beheer van de heiden op Lammers bestaat uit het (zeer) kleinschalig plaggen en maaien, aangevuld met laten begrazen met een schaapskudde.

Geschiedenis

De scholtegoederen rond Winterswijk hebben een rijke geschiedenis. Door speciale privileges konden de gebieden uitgroeien tot machtige boerenlandgoederen.

Meerdink en Roerdink namen vanaf ongeveer 1300 een speciale positie in. Het waren scholten van de Bredevoortse adel. Ze traden op als tussenpersoon tussen de drost (plaatsvervanger van de heer) en de horige bevolking (de boeren) van Winterswijk. De scholten waren zelf ook horig, maar hadden een aanzienlijk betere positie dan de andere horigen. Ze waren bijvoorbeeld vrijgesteld van het versterfrecht. Dat is het recht van de hofheer op een deel van de nalatenschap. De scholten konden door deze vrijstelling uitgroeien tot grote en machtige scholtenboeren.

17e eeuw
Meerdink besloeg in de 17e eeuw 140 ha. Het grootste deel werd ingenomen door boerderijen van de onderhorigen. De onderhorigen voldeden de pacht in natura en door arbeid. Doordat de scholten de pacht voor de heer vaak in natura inden, hadden zij veel goederen te verhandelen. Soms werden de goederen daarvoor eerst bewerkt op het scholtengoed. De heer ontving zijn pacht vervolgens in geld, nadat er uiteraard door de scholten een flinke winst was gemaakt. 

18e eeuw
Van groot belang voor de scholten was de handel op de IJsselsteden. Er werd vooral linnenweefsel verhandeld, maar ook veel ham en spek. Tussen 1700 en 1770 werden door Meerdink verscheidene erven aangekocht. Het groeide uit tot 250 ha. De tactiek bij de overnames was vaak dat de scholten geld uitleenden aan eigengeërfde boeren die in de problemen waren gekomen. Als ze de schulden niet konden afbetalen werd hun boerderij overgenomen en werden de bewoners horig aan de scholte.

20e eeuw
Meerdink is in 1965 gekocht van de familie Esselink. Die had het sinds de 18e eeuw in bezit. De klassieke 17e-eeuwse scholtenboerderij Meerdink werd in de 20e eeuw tot veestal verbouwd. Op het complex kwam toen een moderne villa als woonhuis.

Excursies

Geen evenementen gevonden.