Kasteelse Hof

Bijgebouwen op de voorburcht van het aan het eind van de 18de eeuw verwoeste en afgebroken kasteel Ooy. Stalgebouw en duiventoren dateren van kort voor 1700.

Locatie

Hezelstraat 26
6576 JN Ooij

Regio Rivierengebied - Gemeente Ubbergen

Voorzieningen

Eerste vermelding

De heren van Ooy komen al in 1088 voor, maar de eerste schriftelijke vermelding van hun leengoed dateert uit 1184. De toenmalige burcht, waarschijnlijk een motteburcht, was eigendom van Stephanus van Ooy. Het oudste deel van de hoofdburcht bestond uit een vierkante toren van elf bij elf meter, gebouwd op een omgracht rond terrein.

De fundering van deze toren, opgebouwd uit Romeins bouwpuin, is in 1981 teruggevonden. Door toevoeging van een eveneens vierkante poorttoren en enkele rechthoekige woonvleugels, waarin ook een kapel was ondergebracht, kreeg het complex langzamerhand een onregelmatige plattegrond.

Geschiedenis

In de Tachtigjarige Oorlog liep het kasteel schade op. Na de gedeeltelijke afbraak volgde herbouw in 1617, waarbij de tweede toren een renaissancebekroning kreeg. Via vererving kwam Ooy in 1633 in handen van het geslacht Van Bylandt. Na 1731 onderging de noordoostelijke hoek van het kasteel enkele wijzigingen.

Afbeeldingen uit de 18de eeuw tonen dat het kasteel behalve deze twee 'ongemeen zware torens' ook twee sierlijke veelhoekige torens had gekregen ter weerszijde van de ingang van de voorburcht. De hoofdburcht was met een brug over de gracht verbonden met de voorburcht, die in later tijd aan het complex werd toegevoegd. De gracht, die de hoofdburcht geheel heeft omringd, is nog altijd in het terrein zichtbaar.

In 1733 werd Ooy omschreven als 'een heerlijk slot of kasteel, waarlijk een der sterkste en cierlijkste van geheel Gelderland'. Toch heeft het sterke kasteel te weinig weerstand kunnen bieden aan de Franse troepen, die het kasteel in de jaren 1794-1795 hebben vernield. De eigenaar Otto W.H. graaf van Bylandt besloot niet in herstel te investeren. Hij liet het kasteel in 1798 afbreken, maar nadrukkelijk werd bepaald dat de voorburcht, de brug en de grachtmuur niet mochten worden afgebroken. De gespaarde voorburcht werd in het vervolg 'Kasteelsche Hof' genoemd. In de 19de eeuw vererfde Ooy op de families Van Balveren en Van Verschuer. De gebouwen en gronden werden echter verkocht. In 1922 werd de naburige steenfabriek eigenaar. In 1950 en 1951 kon Geldersche Kasteelen de gebouwen op de voorburcht voor een symbolisch bedrag kopen. Het uit 1514 daterende knechtenhuis, dat ook wel gouverneurshuis wordt genoemd, werd in 1977 overgedragen aan de bewoner die het heeft laten restaureren. Thans is Geldersche Kasteelen in bezit van tweederde deel van de stal en de duiventoren, die beide zijn gerestaureerd.

In standhouding

Hoewel van het oorspronkelijke kasteelcomplex, dat tot de oudste van Gelderland wordt gerekend, maar weinig over is, is het nog steeds van belang het monument vanwege zijn monumentale en historische betekenis in stand te houden.