Kasteel Doorwerth

Aan de voet van de beboste stuwwal in de noordelijke uiterwaarden van de Nederrijn ligt het imposante kasteel Doorwerth. Het kasteel kent een rijke geschiedenis van meer dan zeven eeuwen, waarin het door geleidelijke groei zijn indrukwekkende omvang bereikte. Door de eeuwen heen kreeg het kasteel veel te verduren, waarvan de vernielingen tijdens de Tweede Wereldoorlog de grootste impact hadden. Na zware beschietingen bleef toen een troosteloze ruïne over. Dankzij een 37 jaar durende restauratie, grotendeels uitgevoerd door Geldersche Kasteelen, is het kasteel nu weer in ere hersteld.

Vooraanzicht 18de eeuw. Gravure naar een pentekening van Jan de Beijer uit 1744.

Kasteel Doorwerth in hoogtijdagen

Het gebied rondom kasteel Doorwerth was vroeger een hoge heerlijkheid, een zelfstandig gebied met heerlijke rechten en een eigen rechtspraak, zelfs met het recht om lijfstraffen uit te delen. De heren van Doorwerth bezaten hierdoor veel macht. De eerste heer van het gebied, Berend van Dorenweerd, liet hier in de 13de eeuw een houten burcht bouwen. Na een belegering brandde deze echter volledig uit, waarna het kasteel door zijn opvolger in steen werd heropgebouwd. Opeenvolgende bewoners voegden daarna steeds meer onderdelen aan het gebouw toe, van een noordvleugel tot een grote zuidwestelijke toren en later een verdieping op meerdere vleugels.

In de 17de eeuw had het complex zijn grootste omvang bereikt en bestond het uit een hoofdburcht met vier vleugels en een voorburcht met poortgebouw, koetshuis en stallen. In de daaropvolgende eeuwen waren er geen grootschalige uitbreidingen meer, al werd wel het grondbezit nog verder uitgebreid. Omvangrijke moderniseringen kwamen er wel. Vanaf 1840 liet de toenmalige eigenaar J.A.P. baron van Brakell het kasteel grondig herstellen en liet diverse vertrekken inrichten in de toen heersende neogotische stijl.

Kasteel Doorwerth in verval

Meerdere malen in zijn geschiedenis kreeg kasteel Doorwerth te maken met verwoestingen door oorlog, plundering en brandstichting. De laatste paar eeuwen bevond het kasteel zich daardoor in een voortdurend proces van verval, restauratie en wederopbouw. Na 1880 was de laatste bloeiperiode onder Baron van Brakell voorbij. Doorwerth was onder zijn nazaten verdeeld en wegens gebrek aan bewoning raakte het kasteel steeds verder in verval. Kapotte ramen, gaten in de daken, afbrokkelend muurwerk: er was weinig meer over van de glorie van weleer.

foto: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Vanaf 1910 ontfermde oudheidkundige en oud-artillerieofficier F.A. Hoefer zich over het kasteel en liet het restaureren. Na een fel debat tussen de door Hoefer opgerichte Vereeniging ‘De Doorwerth’ en adviseurs van de minister wonnen esthetische overwegingen van de adviseurs het van historische: de 19de-eeuwse wijzigingen door Van Brakell werden bij de restauratie ongedaan gemaakt. Deze discussie vormde een belangrijke basis voor de aanpak van de Nederlandse monumentenzorg sinds die periode. Na de restauratie werd het Nederlandsch Artilleriemuseum in het kasteel gevestigd en gebruikte de Johanniter Orde het als vergaderplaats.

De meeste impact van alle verwoestingen door de eeuwen heen hadden de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Kasteel Doorwerth lag in de frontlinie en werd in september 1944 zwaar beschadigd in de nadagen van de Slag om Arnhem. Het gebied was door de vijand bezet en werd door de geallieerden beschoten. Een compleet geruïneerde zuidvleugel van het kasteel was het troosteloze resultaat van deze strijd. Van andere vleugels en bijgebouwen resteerde alleen nog enig opgaand muurwerk.

Direct na de oorlog was particulier initiatief wederom de motor van herstel. De Vereeniging ‘De Doorwerth’ startte met een ambitieuze restauratie. In de geest van de na-oorlogse periode werd nu gekozen voor reconstructie en wederopbouw, om zo de historische identiteit van het complex in stand te houden. Muren, vloeren, plafonds, ramen en deuren werden tot in detail teruggebracht of hersteld. Na tien jaar, in 1956, werd de restauratie voortgezet onder leiding van Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen, waarna in 1969 het kasteel inclusief de gronden aan Geldersche Kasteelen werd overgedragen. De restauratie was toen nog in volle gang en zou uiteindelijk 37 jaar duren. In 1983 was deze omvangrijke klus volbracht. Onder meer de totaal verwoeste toren en zuidvleugel waren toen volledig herbouwd en de noordwestelijke hoekwoning op de hoofdburcht was gereconstrueerd.

Kasteel Doorwerth vandaag de dag

Dankzij particulier initiatief van de Vereeniging ‘De Doorwerth’ en de daaropvolgende voortvarende aanpak van Geldersche Kasteelen staat kasteel Doorwerth vandaag de dag weer trots te pronken aan de Nederrijn. Na de restauratie opende H.K.H. Prinses Juliana in 1986 het kasteel voor publiek, als zesde opengesteld kasteel van Geldersch Landschap & Kasteelen. Er zijn historisch ingerichte vertrekken te bewonderen en daarnaast zijn in het kasteel het Nederlands Jachtmuseum en het Museum Veluwezoom gevestigd. Samen met deze musea heeft GLK in 2006 het kasteel opnieuw ingericht met een gezamenlijke presentatie. Hierin werd ook een plek gegeven aan de Nationale Bosbouwcollectie, in bruikleen ontvangen van Staatsbosbeheer. De presentatie laat zien hoe destijds een kasteel met bijbehorende gronden in bedrijf functioneerde. Ook de historische moestuin en boomgaard zijn een bezoek waard.

De beroemde acacia op de voorhof van het kasteel, een van de oudste van West-Europa, overleefde wonder boven wonder het verwoestende granaatvuur van 1944. Al ruim drie eeuwen kasteelgeschiedenis heeft de imposante boom doorstaan.

Kasteel Doorwerth

Steun onderhoud

Ontdek kastelen