Zo werd je ridder

De eerste ridders waren gewoon soldaten op een paard. Zij waren trouw aan hun heer of koning. Ze beloofden plechtig altijd voor hen klaar te staan en te helpen in tijd van nood of oorlog. Pas vanaf de 12e eeuw moesten ridders zich aan strenge voorschriften en regels houden, de zogenaamde erecode. Zo waren er speciale regels voor de jacht, aan tafel en tijdens een gevecht.

Naar de ridderschool

Alleen mannen met veel grond of uit een adellijke familie konden ridder worden. Dat kostte veel geld: ze moesten een opleiding volgen en een dure wapenuitrusting kopen. Veel jongens begonnen al op 7-jarige leeftijd met de opleiding tot ridder. Hiervoor gingen ze naar een ander kasteel, waar ze onder andere ‘goede manieren’ leerden. Ze kregen vechtles van een soldaat, met stukken hout of botte wapens. Ze moesten worstelen en zwemmen om in vorm te blijven. Ze leerden paardrijden op een houten paard dat op wieltjes vooruit getrokken werd door anderen. Met een bezem als lans oefenden ze in het aanvallen te paard.

Van schildknaap tot ridder

Wanneer een jongen 14 jaar oud was werd hij schildknaap. Schildknapen moesten ridders helpen met de voorbereiding op de strijd en aan zijn zijde meevechten. Na vier jaar schildknaap te zijn geweest werd je ridder. Dit gebeurde op een hele speciale manier. Vooraf werd er een nachtwake gehouden. De volgende dag werd je met een zwaard tot ridder geslagen. Dit noemde men ook wel: de ridderslag.

Maliënkolder en harnas

De eerste ridders vochten in een maliënkolder, een pak gemaakt van kleine metalen ringetjes. Veel bescherming gaven deze pakken niet. Daarom begonnen de ridders zich vanaf het einde van de 13e eeuw te bedekken met stalen platen. Uiteindelijk ontstond zo het harnas. Zo'n harnas maakten ze door stukken ijzer tot platen te hameren. Vervolgens knipten ze deze platen in model en sloegen ze ze op een aambeeld in de goede vorm. Nu hoefden de platen alleen nog maar in vuur gehard te worden en tenslotte gepolijst met stro en linnen.
 

Knotsen, lansen en zwaarden

De mannen vooraan in de groep gebruikten meestal pijl en boog. Als teken om de strijd te beginnen werden pijlen met vuur naar de vijand toe geschoten. Vervolgens had je ridders met een lans. Deze gebruikten zij om de vijand van zijn paard af te stoten. Tenslotte had je ook ridders die vochten met zwaarden, knotsen, speren en bijlen. Deze wapens werden gebruikt om te voet tegen de vijand te vechten.

Meer informatie

Wil je nog meer weten over ridders? Breng dan een bezoek aan kasteel Doorwerth. Hier kun je een maliënkolder en harnas aantrekken en zelf ervaren hoe zwaar dit is. Ook in kasteel Ammersoyen kun je in de wapenkamer onderdelen van een harnas passen en wapens bekijken waar ridders mee vochten.

Meer leuke informatie over dit onderwerp vind je op de websites Webkwestie en Willem Wever.