Wild zwijn

Het wilde zwijn is het stoere neefje van het varken. Je herkent hem aan zijn schijfvormige snuit, zijn kleine, diepliggende ogen en zijn gedrongen lijf op stevige korte poten. Volwassen zwijnen wegen 40 tot 120 kilo, maar in Oost-Europa lopen zwijnen rond van meer dan 350 kilo.

Zoek de verschillen

Een varken en een zwijn hebben een aantal grote verschillen:

  • een varken heeft een korte snuit en een wild zwijn een lange snuit;
  • een varken heeft een krulstaart en een zwijn een staart met een kwast;
  • een varken heeft weinig haar maar een zwijn heeft lange harde haren;
  • een varken heeft de oren naar voren maar een wild zwijn heeft de oren recht op;
  • een varken heeft grijze of roze huid maar een zwijn heeft zwarte, bruine, donkergrijze haren.

Leefgebied

Het wilde zwijn leeft in het bos. Vanaf de 17e eeuw werd veel bos gekapt om landbouwgronden uit te kunnen breiden. Hierdoor werd zijn leefgebied steeds kleiner. Rond 1900 waren er nog maar enkele zwijnen op de Veluwe en soms werd een verdwaald exemplaar in de grensstreken rond Duitsland waargenomen. In het begin van de vorige eeuw liet Prins Hendrik grote stukken van zijn privégronden met rasters afzetten en werden wilde zwijnen uit Polen gehaald en uitgezet voor de jacht. Ook op de Hoge Veluwe was dat het geval. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de rasters slecht onderhouden. Daardoor konden zwijnen ontsnappen en zich verspreiden over de andere gebieden van de Veluwe. Deze dieren zijn de voorouders van de zwijnen die nu op de Veluwe rondlopen. Lange tijd vond men dat het wilde zwijn schadelijk was voor de landbouw. Daarom werd er het hele jaar door jacht gemaakt op het zwijn. Sinds 1972 mag het zwijn niet meer het hele jaar door bejaagd worden, maar alleen tijdens het jachtseizoen.

Beren, baggen en biggen

Een mannetjesvarken heet een beer, het vrouwtje noemen we een zeug of bagge en een kleine varken een big of frischling. Zwijnen zijn sociale dieren en leven in familiegroepen (rotte). Een rotte bestaat uit volwassen zeugen en hun biggen. Ook de zeugen van één jaar oud horen hierbij. De mannetjes van die leeftijd worden uit de familiegroep gejaagd. Oudere beren zijn wel welkom, maar leven alleen ’s winters in een rotte. Zwijnen paren meestal tussen november en januari. De mannetjes kunnen flink vechten om een vrouwtje. Om zich te beschermen tegen de scherpe slagtanden van een ander, hebben zij een soort pantser van vet op de schouderbladen zitten. Na een draagtijd van bijna vier maanden worden de biggen geboren. De eerste drie maanden zijn deze jonge dieren gestreept. Deze schutkleur geeft hen een goede bescherming als de moeder even niet in de buurt is. Als een zeug jonge biggetjes heeft, kun je beter uit haar buurt blijven. Omdat zij haar jongen wil beschermen, zal zij sneller aanvallen.

Voedsel

Varkens zijn alleseters (omnivoren). Ze eten wortels van loofbomen en varens, vruchten, eikels en beukennootjes. Maar ook kadavers van wild, eieren en zelfs reptielen lusten ze graag. Dierlijke eiwitten zijn voor zwijnen heel belangrijk en zij kunnen daarom uren wroeten naar insectenlarven en wormen.

Zwijnen bij Geldersch Landschap & Kasteelen

Bij Geldersch Landschap & Kasteelen leven wilde zwijnen in verschillende natuurterreinen op de Veluwe. Daar vinden ze planten en struiken waar ze kunnen schuilen en waar ze voedsel kunnen vinden. De zwijnen mogen niet van de Veluwe af, omdat ze anders schade kunnen aanrichten. Daarom staan er hekken om hun leefgebieden. Wil je deze dieren eens in het echt zien? Ga dan mee op wildexcursie met de boswachter. Of ga naar de wildobservatiepost in het terrein de Sysselt bij Ede. Hier scharrelen regelmatig zwijnen rond.

Meer informatie

Op de website van Zoogdiervereniging Nederland vind je nog veel meer informatie die je kunt gebruiken voor je spreekbeurt.