Bever

De bever is het grootste knaagdier van Europa. Hij is vooral 's avonds en 's nachts actief. Je kunt een bever herkennen aan zijn platte staart en grote voortanden. Op deze tanden zit een harde laag oranje glazuur, waarmee hij veel houtsoorten kan doorknagen. Zelfs heel dikke bomen! Een bever kan een meter lang worden, en zijn staart 35 cm. Hij weegt ongeveer 30 kilo.

Leven in het water

De bever woont in waterrijke gebieden, zoals rivieren, meren en moerassen. Hij is goed aangepast aan leven in het water. Tussen de tenen van zijn achterpoten zitten zwemvliezen, hij kan zijn oren en neusgaten afsluiten en zijn vacht is zo dik dat er geen water bij zijn huid kan komen. En tenslotte heeft hij ook nog een platte staart, die hij gebruikt als een soort roeispaan. Met zijn staart kan hij ook waarschuwen als er gevaar dreigt. Hij slaat er dan heel hard mee op het water. Op het land komt de bever maar moeizaam vooruit, maar in het water is hij snel. Hij kan goed zwemmen en duiken. Met gemak blijft hij wel vijf minuten onder water.

Burcht

De bever woont in een burcht. Hij bouwt deze aan het water. Dit water moet wel aan een aantal eisen voldoen. Het water moet minstens 1,5 meter diep zijn en het mag in de winter niet helemaal bevriezen. Maar ’s zomers mag het water ook niet te laag staan, want de ingang van zijn burcht ligt onder water. De bever bouwt een burcht door takken en waterplanten op elkaar te stapelen. Aan de binnenkant ‘metselt’ hij ze met modder aan elkaar. Dat metselen doet hij met zijn staart. De woonkamers in de burcht liggen boven het water en zijn bedekt met een tapijt van houtsnippers. De takken en houtsnippers verzamelt hij door bomen om te knagen. Hij knaagt de stam rondom door, zodat de vorm van een zandloper ontstaat. Hij gaat net zolang door tot de boom omvalt, meestal de kant van het water op. Hij knaagt de takken af en sleept die naar zijn burcht.

Familie

De bever leeft alleen of in een kleine familie. Het mannetje en zijn vrouwtje blijven hun leven lang bij elkaar. In het voorjaar worden de jongen geboren, meestal twee tot vier. Bij de geboorte wegen ze al meer dan een halve kilo, hun ogen zijn meteen open en ze hebben al een dichte vacht. In de zomer komen ze naar buiten, maar het duurt nog een tijd voordat ze goed kunnen zwemmen en duiken. Oudere broertjes en zusjes helpen bij de opvoeding van de kleintjes. Als ze twee tot drie jaar oud zijn, verlaten de bevers de familie en gaan op zoek naar een eigen plek om te wonen. Een bever kan acht tot tien jaar oud worden.

Voedsel

De bever is vegetariër. Hij eet vooral de bast van struiken en bomen met zacht hout, zoals de populier, de wilg of de els. Na het omknagen van bomen en struiken worden die naar dieper water gesleept en onder water opgeslagen voor de winter. In de winter leeft hij dan van de twijgen en de schors. De bever houdt namelijk geen winterslaap. Als het water bevroren is, moet hij soms weken in zijn burcht blijven. Vandaar dat hij een voorraad aanlegt. In de zomer eet hij daarnaast ook veel kruiden, wortelstokken en waterplanten.

Bedreiging

Jaren geleden waren er geen bevers meer in Nederland. Moerassige gebieden werden drooggelegd en rivieren rechtgetrokken. Ook werd er veel op hem gejaagd vanwege zijn mooie vacht. Hierdoor stierf de bever in Nederland al in 1825 uit. In een aantal waterrijke gebieden zijn de laatste jaren beverfamilies losgelaten en ze doen het weer goed. Ook in de Gelderse Poort, tussen Nijmegen en Arnhem zijn bevers uitgezet.

Bevers bij Geldersch Landschap & Kasteelen

Bij Geldersch Landschap & Kasteelen leven bevers in natuurgebied de Wiesenbergse kolk bij Hattem en de Marspolder bij Lienden. De Wiessenbergse Kolk is helaas niet toegankelijk, maar vanaf de dijken in het gebied heb je een fantastisch uitzicht over het terrein. Je kunt wel in De Marspolder. In de lente van 2016 is ook een bever gezien in de eendenkooi Batenburg.

Meer informatie

Op de website http://www.spreekbeurten.info/bever.html vind je nog veel meer informatie die je kunt gebruiken voor je spreekbeurt