Ssst… de winterslaap is begonnen!

Je mag er best een beetje jaloers op zijn: dieren die in de winter gewoon de boel de boel laten en wegkruipen in een diepe winterslaap. Ook in de gebieden van GLK gaan veel dieren de komende maanden in de spaarstand. Het is hun manier om een tijd van kou en voedselgebrek te overleven en hun energie weer op te bouwen voor het o zo belangrijke lenteseizoen. Dan moeten ze namelijk weer druk aan de slag met paren en kroost opvoeden.

Kamsalamander

De kamsalamander, met zijn 20 centimeter de grootste watersalamander van Nederland, blijft actief tot de eerste serieuze nachtvorst intreedt. Pas dan schakelt hij een tandje terug en zoekt een beschut plekje in bijvoorbeeld een houtwal, onder een dikke tak of boomstronk, of in een holletje. Hij gedijt het beste in kleinschalige cultuurlandschappen met een combinatie van water en land. Je vindt de kamsalamander bijvoorbeeld op de landgoederen Staverden en Hagen, in onze gebieden in de omgeving van Winterswijk en op landgoed Waardenburg en Neerijnen.

Het diertje staat als kwetsbaar op de Nederlandse Rode Lijst. GLK vindt het heel belangrijk dat de kamsalamander veilig kan overwinteren. Daarom zorgen we voor voldoende ruige plekken en laten we dood hout liggen in de omgeving van de wateren waar ze zich voortplanten. In maart of april, zodra de temperaturen stijgen, trekken de kamsalamanders na hun lange winterpauze weer richting water om voor nageslacht te zorgen.

watervleermuis

Watervleermuis

Op onze terreinen komen zo’n 6 van de 18 Nederlandse vleermuissoorten voor. Een daarvan is de watervleermuis. Omdat er voor deze insecteneters in de winter nauwelijks voedsel is, trekken ze zich rond deze tijd terug in koele, vochtige maar vorstvrije ruimtes. Bijvoorbeeld in (ijs)kelders, op zolders en soms in boomholtes. Zo overwinteren veel watervleermuizen in de ijskelder van landgoed Warnsborn. Bij de meest recente telling zaten hier wel 30 exemplaren. Ook schuilen ze bijvoorbeeld achter de schelpengalerij bij kasteel Rosendael en in de ijskelders van kasteel Biljoen en landgoed Hoekelum.

Ondersteboven hangend laten ze hun lichaamstemperatuur zakken tot net boven de omgevingstemperatuur. Ook hun hartslag vermindert drastisch, met meer dan 90 procent. Alles om energie te sparen en goed de winter door te komen. Voor vleermuizen is een rustig winterverblijf heel belangrijk. Bij verstoring gaat hun hartslag omhoog, gaan ze tevergeefs op zoek naar eten en verhongeren ze uiteindelijk. GLK zorgt daarom dat hun verblijfplaatsen in de winter volledig afgesloten zijn voor mensen. De vleermuizen zelf kruipen gewoon door de kleinste kiertjes naar binnen.

Egel

Een regelmatige tuingast, ook in de tuinen van GLK-locaties, is de egel. Net als vleermuizen is ook dit dier afhankelijk van de insectenvoorraad en probeert daarom in de winter op een ‘waakvlammetje’ de moeilijkste maanden door te komen. Nadat hij zijn vetreserve nog even heeft aangevuld, zoekt het beestje een beschut plekje in een nest van bijvoorbeeld droge bladeren, onder een heg of een stapel snoeihout. Eenmaal comfortabel opgerold schakelt hij veel van zijn lichaamsfuncties een tandje terug: hartslag en ademhaling vertragen en de lichaamstemperatuur daalt van 35 naar slechts 5 tot 10 graden. Zo kan hij rustig de hele winter doorslapen, al slaat een egel in heel zachte winters soms een jaartje over. Maar ook tijdens een strenge winter wordt hij wel eens wakker en maakt dan een ommetje. Als hij het bijvoorbeeld niet warm genoeg heeft en op zoek moet naar een ander nest, of gestoord wordt door een overijverige tuinier.

Wil je de egels in je tuin in de winter een handje helpen? Maak het dan niet te netjes en kaal. Laat bijvoorbeeld snoeihout of blad in een hoekje liggen, zodat egels een nest kunnen maken. Kijk voor meer egelvriendelijke tuintips op de site van de Zoogdiervereniging.

Ringslang

De koudbloedige ringslang gaat om een andere goede reden in winterslaap: hij heeft de warmte van de zon nodig om zijn lichaamstemperatuur op peil te houden. Omdat de winters in Nederland te koud zijn, kruipen ringslangen ondergronds weg zodra de dagen korter en kouder worden. Ze kiezen daarvoor een vorstvrij plekje, bijvoorbeeld in een ondergronds hol of in een broeihoop. Rond half maart ontwaken ze weer uit hun winterslaap. Als eerste komen de mannetjes tevoorschijn, omdat zij extra zonnewarmte nodig hebben voor het rijpen van hun zaadcellen. De vrouwtjes kunnen dan nog even doorslapen, zodat ze in april vol nieuwe energie kunnen jagen op kikkers en padden én natuurlijk zich voortplanten. Ringslangen houden van natte gebieden zoals beekdalen of het rivierengebied, bijvoorbeeld rond kasteel Biljoen. Daar worden ze zelfs in de kelder gevonden. Ook de oostrand van de Veluwe en de landgoederen rondom Arnhem zijn populair bij deze slangen.

Dagpauwoog

De meeste vlinders overwinteren als ei, rups of pop. Vier Nederlandse soorten doen dat echter als volwassen vlinder: de dagpauwoog, kleine vos, gehakkelde aurelia en citroenvlinder. Omdat ze als ‘kant-en-klare’ vlinder in winterrust gaan, zijn dit ook de eerste soorten die zich in het voorjaar laten zien. Grote kans dat je wel eens een overwinterende dagpauwoog op een beschut hoekje in een schuur, kelder of ongebruikte kamer bent tegengekomen. Verstoor ze dan niet en laat ze rustig zitten, want onnodig energie verspillen kan funest zijn voor het diertje. Overigens kunnen vlinders in winterrust prima tegen vorst, maar in een te warme kamer zullen ze al snel ontwaken.

Wil je meer doen voor overwinterende vlinders en andere insecten? Zorg dan voor planten en bomen die vroeg in het voorjaar of juist laat in het najaar bloeien, zoals wilg (voorjaar) en klimop (najaar).

Tip: GLK heeft meerdere vlinderrijke gebieden, zoals de Borkense Baan, de hooilanden van de Regulieren en het Wisselse Veen, waar vanaf het voorjaar weer volop vlindersoorten te ontdekken zijn.