Teeselinkven

In het buitengebied van Neede ligt een waardevol natuurgebied met vennen, heide en een bosgebied. Hier komt de zeer zeldzame boomkikker nog voor.

Locatie

Flipsweg
Neede

Regio Achterhoek - Gemeente Neede
Verworven 1967 - Oppervlakte 18 ha

Voorzieningen

Natuurgebied

In het gebied lopen geen paden. Om de kwetsbare natuur te beschermen is het niet toegankelijk voor publiek. Wel is het gebied vanaf de omliggende wegen mooi te zien. Er is veel afwisselende natuur in het buitengebied van Neede, er kan goed worden gewandeld en gefietst.

Natura 2000
Het Teeselinkven is aan het eind van de vorige eeuw weer uitgegraven en natuurlijk ingericht. Veel zeldzame plant- en diersoorten zijn sindsdien weer terug. Het is kerngebied voor de boomkikker en behoort tot de Natura 2000 gebieden in Nederland. Er zijn plannen om het gebied van deze lijst af te halen.

TV Gelderland heeft in 2009 een mooie reportage over het Teeselinkven uitgezonden.

Activiteiten

Geen evenementen gevonden.

Planten

Na het uitgraven van het ven en het afvoeren van grond zijn er veel bijzondere en soms zeldzame plantensoorten teruggekeerd.

Op de oevers staan nu moerasplanten als wateraardbei, oeverkruid, vlottende bies en ongelijkbladig fonteinkruid. Er groeit ook moerashertshooi en de uiterst zeldzame soorten moerassmele en loos blaasjeskruid.

Gagel
Het vochtige heideveldje naast het ven is deels afgeplagd. Hier groeien soorten als de zonnedauw, beenbreek en klokjesgentiaan. Langs de randen van de heide groeit gagel. Dat is een struik die vroeger veel voorkwam in de voedselarme moerassen van de Achterhoek.

Wist u dat?

Het vennetje is ontstaan door ‘kluunen’...

Kluunen is iets anders dan klunen op de schaats. ‘Kluunen’ is het uitscheppen van modder uit een vennetje of sloot. Vermengd met heidestruiken levert dat zwarte turf of ‘kluun’ op.

Geschiedenis

Het vennetje en het heidegebied zijn restanten van de ‘woeste gronden’ die hier vroeger lagen.

Veel van die woeste gronden zijn inmiddels ontgonnen en in cultuur gebracht. Het vennetje is ontstaan omdat hier in het verleden humusrijke modder werd afgegraven. Vermengd met heide vormde dit ‘zwarte turf’ of baggerturf. Rond de Tweede Wereldoorlog is het vennetje uitgegraven rond een eilandje in het midden. Het werd gebruikt als ijsbaan.

Het gebiedje kreeg zijn naam van de nabijgelegen boerderij Teeselink. Al in 1188 is er sprake van een ‘hof Thesceline’ in het gebied, de naam is dus al heel oud.

Dieren

Naast de boomkikker komt in het gebied ook een zeldzame libellensoort voor. Ook andere dieren profiteren van het herstel van het ven.

De zeer zeldzame gevlekte witsnuitlibel is ook Europees beschermd. Nederland draagt voor deze soort de internationale verplichting om leefgebieden te beschermen. In het ven leeft ook de zeldzame gerande oeverspin. Deze soort jaagt onder water op visjes. Ook de zeldzame medicinale bloedzuiger komt in het ven voor.