Boeijink-Ratum

Een klein deel van het oude scholtengoed Boeijink met historische boerderij en korenspieker aan de fraai kronkelende Ratumse Beek.

Locatie

Moezebrinkweg 2
7106 CP Winterswijk-Ratum

Regio Achterhoek - Gemeente Winterswijk
Verworven 2001 - Oppervlakte 2 ha

Voorzieningen

Scholtengoed aan Ratumse Beek

Geldersch Landschap & Kasteelen heeft een klein deel van het oude scholtengoed Boeijink in beheer. Het gaat om een historische boerderij en korenspieker aan de fraai kronkelende Ratumse Beek. Langs de beek leven de ijsvogel en de grote gele kwikstaart. In de schuur van de boerderij broedt de kerkuil. In de korenspieker hebben vele vleermuizen hun kraamkamer.

Geschiedenis

Boeijink-Ratum is een van de oudere scholtengoederen in Winterswijk. Al in 1273 wordt het voor het eerst genoemd. Oude rentmeestersrekeningen geven een goed inzicht in wat een scholtenboer zoal geacht werd voor zijn heer te doen.

In deze rentmeestersrekeningen werd nauwkeurig bijgehouden welke scholte welke dienst moest leveren. Zo moesten Kossink en Boeijink-Ratum blijkens een hofboek uit 1615 samen voer- en wagendiensten verrichten voor de heer van Bredevoort, zowel in het binnenland als in het buitenland. Het is niet verwonderlijk dat juist de scholten deze diensten moesten verrichten; als grote boeren waren zij waarschijnlijk de enigen die paarden hadden of deze een tijdje konden missen. Boeijink was verplicht brandhout te leveren aan de heer van Bredevoort. Dit werd later afgekocht, omdat er te weinig bos overbleef in de streek. Ook was er de verplichting om de jachthonden en de jagers van de heer tweemaal 's jaars van eten en drinken te voorzien tijdens hun jachtpartijen. In 1741 wordt vermeld dat Boeijink-Ratum een vrijzitter van de ondervoogd van Winterswijk (onderburgemeester) was, wat inhield dat Boeijink aan diens onderhoud betaalde en daarom minder aan de heer hoefde te betalen.

Van de vakwerkboerderij Meester Kok, die schuil gaat achter twee oude linden, is de ontstaansgeschiedenis niet geheel duidelijk. Wel weten we dat deze hoeve tot de oudste in de omgeving worden gerekend. De boerderij ontleent zijn naam aan enkele generaties van de familie Koks of Kok die behalve boer ook schoolmeester waren aan de school die aan de overzijde van de Ratumse Beek lag.
In 2001 is boerderij Meester Kok met steun van het Steunfonds Geldersch Landschap verworven.

Interieur en erf

De voorgevel is geheel in baksteen opgetrokken en heeft de gebruikelijke houten geveltop.

Ondanks de verbouwing tot woonboerderij in de jaren 1963-1964 is de oorspronkelijke indeling intact gebleven. De 18de-eeuwse houten wand met de deur en bedsteden bleef bewaard. Het grootste woonvertrek heeft nog de vloer van potscheuren (een bijproduct van de steengoedfabricage) en een deels betegelde schouw.

Op het erf zijn een weefhuisje in vakwerk, een grote houten schuur en een waterput met haal te zien. De 'moezenspieker' (een voorraadschuur op stenen pijlers om de voorkomen dat de 'moezen' of muizen bij de voorraad kunnen komen) is uit Duitsland afkomstig. Deze werd in 1974 toegevoegd aan het complex, op de plaats waar oorspronkelijk ook een spijker of spieker stond.

Beheer

Bij het beheer staat de cultuurhistorie voorop, omdat deze locatie historisch gezien onderdeel van het scholtegoederenlandschap is. Een uitzondering hierop vormt het beek-begeleidend bos dat we als natuur beheren volgens de richtlijnen voor A-locatiebos.

Bijzondere waarden
De zeer oude vakwerkboerderij ‘Meester Kok’ (een rijksmonument) met omliggende gronden is de belangrijkste waarde van Boeijink-Ratum. Het maakt deel uit scholtegoed Boeijink, dat zuidelijker ligt (en geen eigendom is).
Het bos, destijds aangelegd om te voorzien in de houtbehoefte op het scholtegoed, bestaat grotendeels uit monumentale eiken, die naast bosbouwkundige waarde, een hoge natuur- en cultuurhistorische waarde hebben. Vóór boerderij Meester Kok staan karakteristieke lindes.
De hoge natuurwaarden in dit gebied bevinden zich langs de Ratumse Beek waar beek-begeleidend bos met populieren staat. Een deel hiervan is aangewezen als A-locatiebos. Dat wil zeggen dat het vanwege de botanische kwaliteit beschouwd wordt als een van de beste voorbeelden van in Nederland voorkomende natuurlijke bosgemeenschappen.
Het terrein ligt in het Nationaal Landschap Winterswijk. Kenmerkend zijn het kleinschalige, onregelmatige scholtegoederenlandschap en het wat grootschaliger en strakkere heideontginningslandschap. De omgeving van Winterswijk is een populaire vakantiebestemming.

Beheer in een notendop
Bij het beheer staat de cultuurhistorie voorop, omdat deze locatie historisch gezien onderdeel van het scholtegoederenlandschap is. Een uitzondering hierop vormt het beek-begeleidend bos dat we als natuur beheren volgens de richtlijnen voor A-locatiebos. De natuurwaarden van dit bos willen we de komende tijd verbeteren.
Het bos wordt gedund in een cyclus van 4 à 5 jaar. Rondom de Ratumse Beek wordt de groei van loofhout, zoals de fladderiep, gestimuleerd. Op kleine oppervlaktes eindkap wordt op natuurlijke wijze verjongd, maar er wordt ook aangeplant als dit zorgt voor een meer gevarieerd bos.
Het grasland wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Dit gebeurt meestal één keer per jaar. Zo nodig vindt aan het einde van het groeiseizoen met een schaapskudde nabeweiding plaats. Ook de wandelpaden worden gemaaid.
De boerderij wordt regelmatig onderhouden. Ook hebben we geregeld overleg met de huurders. Waar mogelijk versterken we de waarden van het scholtegoederenlandschap.
Na beëindiging van een pachtovereenkomst wordt steeds een weging gemaakt of inrichting naar natuur aan de orde kan zijn of gewenst is.

Excursies

Geen evenementen gevonden.